Groente
Wil je zelf groente uit de tuin halen? Met groentezaden begin je bij het begin, en dat is niet alleen voordeliger dan plantjes kopen maar ook de enige manier om echt te kiezen welk ras je kweekt. Rassen verschillen in smaak, in oogstmoment en in hoe goed ze tegen ziekte kunnen, en dat staat bij elk zakje omschreven.
De meeste groenten zaai je in twee golven: vanaf februari onder glas of op de vensterbank voor een vroege oogst, en vanaf maart of april buiten ter plaatse. Bij elk zakje vind je de zaaiperiode, de plantafstand en het oogstmoment. Houd rekening met vruchtwisseling en gebruik geen verse mest, want daar reageren wortelgewassen slecht op.
Wanneer zaai je welke groente?
De moestuin kent twee startmomenten. Vanaf februari zaai je binnen of onder glas voor de gewassen die warmte nodig hebben en een lang seizoen: tomaat, paprika, aubergine en komkommer. Vanaf maart en april zaai je in de vollegrond de gewassen die kou verdragen, zoals wortel, spinazie, radijs, sla en peen. Bonen wachten tot half mei, want die zijn gevoelig voor nachtvorst.
Bij elk zakje staat de zaaiperiode en het oogstmoment, en dat scheelt rekenwerk. Een gewas als radijs is in vier weken klaar, prei staat er bijna het hele jaar.
Waarom vruchtwisseling er echt uitmaakt
Zaai je elk jaar dezelfde groente op dezelfde plek, dan bouwen ziekten en aaltjes zich op in de bodem en raakt die eenzijdig uitgeput. DCM noemt vruchtwisseling daarom een van de tien klassieke moestuinfouten. Verdeel je moestuin in drie of vier vakken en schuif de gewasgroepen elk jaar een vak op. Reken op minimaal drie jaar voordat een gewas op dezelfde plek terugkomt.
Niet te veel bemesten en niet te dicht planten
Twee fouten die vaak samengaan. Te veel mest laat planten snel groeien, maar ze maken dan meer blad dan vruchten en worden gevoeliger voor plagen en ziekten. Gebruik liever een organische moestuinvoeding met een langdurige werking dan een flinke gift kunstmest.
Te dicht planten is de tweede. Het lijkt zuinig, maar planten die om licht en water concurreren blijven allemaal achter, en tussen dicht gewas blijft het langer vochtig waardoor schimmels hun kans krijgen. Houd de plantafstand van het zakje aan.
- gebruik geen verse mest, vooral wortelgewassen reageren daar slecht op
- geef regelmatig water, want wisselend droog en nat geeft barstende tomaten
- houd de plantafstand aan, ook als het ruim lijkt
- wissel de gewasgroepen elk jaar van vak
Zaaien op rijen of breedwerpig?
Op rijen is bijna altijd praktischer. Je weet waar je gewas staat, je kunt ertussen schoffelen en je herkent onkruid van zaailing. Trek een gootje op de diepte die het zakje noemt, zaai, dek af en druk licht aan. Breedwerpig zaaien is alleen handig bij gewassen die je dicht laat staan en in één keer oogst, zoals veldsalade of snijmoes.
Zelf zaaien of plantjes kopen?
Zaaien is een fractie van de prijs en je hebt de keuze uit veel meer rassen. Een zakje kost een paar euro en levert tientallen tot honderden planten. Rassen verschillen in smaak, in oogstmoment en in weerstand tegen ziekte, en die keuze heb je bij kant-en-klare plantjes niet. Het kost je wel wat vensterbank en een paar weken aandacht in het begin.